Voor doorstromers zit de overwaarde vaak nog vast in de huidige woning. Een overbruggingskrediet kan helpen om die verwachte overwaarde alvast te gebruiken voor de aankoop van de volgende woning. Nationale-Nederlanden heeft de berekening voor een nog niet definitief verkochte woning verruimd.
Van 90% naar 95% van de woningwaarde
Nationale-Nederlanden meldt dat vanaf 18 maart bij een woning die nog niet definitief is verkocht, 95% van de woningwaarde wordt gebruikt voor de berekening van het overbruggingskrediet. Eerder was dat 90%. Voor een woning die definitief is verkocht, blijft de berekening gebaseerd op 100% van de aangetoonde verkoopwaarde.
Er geldt een uitzondering wanneer een NN Calcasa-desktoptaxatie wordt gebruikt. In dat geval blijft het percentage volgens de beleidsupdate 90%. De verruiming geldt ook voor lopende aanvragen. Een eventuele verhoging van het overbruggingskrediet moet bij de aanbieder worden aangevraagd.
Rekenvoorbeeld
Bij een marktwaarde van € 400.000 en een openstaande hypotheek van € 300.000 wordt 95% van de woningwaarde gebruikt: € 380.000. Na aftrek van de openstaande hypotheek resteert in dit voorbeeld maximaal € 80.000 aan overbruggingskrediet.
Meer overbruggen betekent ook meer risico
Een hogere mogelijke overbrugging kan de aankoop van de volgende woning makkelijker maken, maar het blijft een tijdelijke lening op basis van verwachte overwaarde. De uiteindelijke verkoopopbrengst, de verkooptermijn, dubbele woonlasten en rentekosten bepalen of het bedrag verantwoord is. Een maximale overbrugging is daarom niet automatisch de beste keuze.
Samenhang met de meeneemhypotheek
Wil je jouw bestaande rente meenemen, dan lopen de verhuisregeling en het overbruggingskrediet vaak naast elkaar. De timing van verkoop en aankoop kan invloed hebben op beide onderdelen. Laat daarom niet alleen de maximale overbrugging berekenen, maar ook de totale lasten gedurende de verhuisperiode en de voorwaarden voor het meenemen van de rente.